Electrocardiogram (ECG)

Een elektrocardiogram (afkorting ECG of in de volksmond hartfilmpje) is een registratie van de elektrische signalen afkomstig van de hartspier.

Met een elektrocardiogram kan men het hartritme bepalen en de diagnose stellen van een hartziekte zoals bijvoorbeeld een hartinfarct.

Met electroden via zuignapjes op de borstkas, armen (schouders) en benen (heupen), wordt het lichaam verbonden met de elektrocardiograaf (een soort computer). In minder dan 1 minuut wordt het hartfilmpje gemaakt en afgeprint of elektronisch verzonden.

Het nemen van een elektrocardiogram is pijnloos en zonder risico’s. Tijdens het onderzoek moet de patiënt goed stil liggen om de meting van de hartspieractiviteit niet te verstoren door het  samentrekken van andere spieren.

Tilttest of kanteltest

Een tilt test is een onderzoek dat wordt uitgevoerd om de oorzaak van frequent flauwvallen te onderzoeken. De patiënt neemt plaats op een onderzoekstafel die tijdens het onderzoek recht gezet wordt. Dit bootst een situatie na waarbij men lang moet rechtstaan. Het hartritme en de bloeddruk worden tijdens de test continu opgevolgd. Een vertraging van het hartritme of een bloeddrukval kunnen op deze manier gedetecteerd worden. De test duurt ongeveer 45 minuten. 

Coronarografie

Een coronarografie is een onderzoek van de kransslagaders (bloedvaten van het hart). Via een bloedvat ter hoogte van de pols of de lies schuift de cardioloog een katheter (plastic buisje) op tot aan het hart. Door middel van contraststof en röntgenstralen kunnen de kransslagaders dan in beeld gebracht worden. Op deze manier kan gekeken worden of er vernauwingen zijn ter hoogte van de kransslagaders. De pompfunctie van het hart kan eveneens in beeld gebracht worden. Na het onderzoek wordt de katheter verwijderd en worden de resultaten met de patiënt besproken.

MIBI scintigrafie

Het doel van deze “hartspierscan” is de doorbloeding van de hartspier te beoordelen en eventuele vernauwingen van de kransslagaders op te sporen.  Het is geen anatomisch, maar een functioneel onderzoek. Hierbij wordt ook de pompfunctie van het hart beoordeeld.

Vanaf middernacht blijft u nuchter. Drink zeker geen koffie, thee, cola of chocolademelk. Water mag u wel drinken bv om uw medicatie te nemen. Spreek af met uw arts welke medicatie u al dan niet mag nemen bv geen Cedocard, Coruno, beta-blokkers, Xanthium.

Er worden meestal twee scans genomen: één scan in rust (die als vergelijkspunt dient) en één scan na inspanning (fietsproef) of na Persantine. Tijdens inspanning of na de toediening van Persantine gaat de doorbloeding van de hartspier toenemen. In de zone van een vernauwde kransslagader gaat de doorbloeding echter niet toenemen zelfs integendeel. Dit ga je dan ook op de scan kunnen vaststellen. Om dit in beeld te brengen wordt tijdens het onderzoek een licht radioactieve stof via het infuus ingespoten. Deze stof (MIBI) bevat geen jodium en allergische reacties zijn zeer zeldzaam.

Persantine kan aanleiding geven tot een lichte drukking op de borst of in het hoofd en een algemeen warmte- of zwaartegevoel. Dit is kortdurend. Sommige patiënten voelen hier niets van. Indien u zich ongemakkelijk voelt, dient u dat aan de aanwezige arts te melden.

Na de injectie van de scanvloeistof (MIBI) volgt een pauze van 30-45min. U dient twee bekers koud water (of melk) te drinken en zo mogelijk iets te eten. Nadien neemt u plaats onder de scanner en gaat de camera gedurende 20 minuten rond uw borst draaien om foto’s van uw hart te maken. Tijdens de scan dient u zo stil mogelijk te blijven liggen.

Percutane coronaire interventie (PCI, stent)

Een vernauwing van de kransslagaders van het hart kan de oorzaak zijn van angina pectoris of een hartinfarct veroorzaken. Met een ballondilatatie en stent implantatie (ook PTCA, PCI of Dotter genoemd) kan zo’n vernauwing of afsluiting verholpen worden. Door de vernauwing of afsluiting te verwijden wordt de bloedstroom weer normaal, krijgt de hartspier weer voldoende bloed en verdwijnen de klachten. 

Voor patiënten met kransslagadervernauwingen wordt eerst nauwkeurig afgewogen wat de beste behandeling is voor de patiënt: geneesmiddelen, een stent of een heelkundige ingreep met het plaatsen van overbruggingen. De voorgestelde behandeling is soms pas bekend na overleg tussen cardiologen en cardiochirurgen.

Na een plaatselijke verdoving schuift de cardioloog via een bloedvat in de pols of de lies een katheter (plastic buisje) op tot aan het hart. In de kransslagader wordt een ballonnetje opgeblazen op de plaats van de vernauwing totdat de doorbloeding terug vlot verloopt. Meestal wordt er daarna ook een stent geplaatst. Dit is een klein metalen cilindertje van gaas dat via de katheter op de plaats van de vernauwing wordt aangebracht en zorgt dat de kranslagader beter open zal blijven in de toekomst. Stents zijn vaak bekleed zijn met een medicament dat het terug toeslibben van het bloedvat tegenwerkt. De ingreep duurt ongeveer 1 uur. Meestal kan men de dag nadien het ziekenhuis verlaten.

Pacemakers

Een pacemaker kan aangewezen zijn bij bepaalde vormen van abnormaal traag hartritme. De implantatie is een relatief kleine ingreep die praktisch steeds onder plaatselijke verdoving kan gebeuren. Een of meer draadjes (electroden) worden onder het sleutelbeen in een ader geschoven tot in de hartkamers, de pacemaker zelf wordt onder de huid geplaatst. Typische afmetingen van een moderne pacemaker zijn 5 x 5 x 0.6 cm.

Na de plaatsing van een pacemaker ben je 1 maand ongeschikt om een voertuig te besturen. Een eerste (ambulante) controle gebeurt na 4 à 6 weken, vervolgens om de 6 maanden.

Na een pacemakerplaatsing kan je in principe terug een normaal leven lijden. Sterke magnetische velden moeten vermeden worden. In de praktijk is het veilig om aan een normale snelheid door een metaaldetector (luchthaven) te stappen. Vermijd wel om uw GSM in de borstzak aan de zijde van de pacemaker te plaatsen. 

Een pacemaker heeft naast complexe elektronica ook een (niet-oplaadbare) batterij die minimum een 6 tal jaar (meestal langer) meegaat. 

Cyclo-ergometrie of fietsproef

Een inspanningstest is een elektrocardiogram (ECG) dat wordt vervaardigd terwijl de patiënt lichamelijke inspanning verricht, met het doel om stoornissen van het hart op te sporen die door de inspanning worden uitgelokt of verergerd. Meestal gaat het om onvoldoende doorbloeding van de hartspier maar soms ook om ritmestoornissen op te sporen.

De inspanning wordt meestal geleverd op een ergometer, dit is een fiets (soort hometrainer) waarbij per tijdseenheid de weerstand stelselmatig wordt verhoogd.

De patiënt moet het bovenlichaam vrijmaken, plaats nemen op de fiets en krijgt zuignapjes (electroden) op de borst en op de ledematen geplakt. De bloeddruk wordt gemeten en de bloeddrukmanchet blijft om de arm zitten om de bloeddruk te kunnen volgen. De maximale te verrichten belasting wordt bepaald aan de hand van lengte, gewicht, geslacht en leeftijd. De patiënt wordt geïnstrueerd zo lang mogelijk door te blijven fietsen, maar wel meteen te zeggen als hij pijn op de borst krijgt of onwel wordt.

Aanvankelijk is de belasting gering, maar iedere één of twee minuten wordt deze automatisch door een computerprogramma met 25 watt opgevoerd. De patiënt gaat door tot de theoretische hartslag is bereikt, tot hij of zij pijn op de borst krijgt, tot de bloeddruk tot een onacceptabel hoge of lage waarde stijgt of daalt, tot het elektrocardiogram duidelijke afwijkingen vertoont, al dan niet met klachten hierbij van de patiënt, of tot de patiënt gewoon niet meer kan. Voor een gezonde jonge man kan de maximale belasting bijvoorbeeld rond de 250 watt liggen, voor een bejaarde dame op 50 watt.

Een test waarbij de patiënt tot zijn of haar verwachte maximum heeft gefietst zonder klachten en zonder veranderingen van het elektrocardiogram, is een argument tegen het bestaan van significante vernauwingen in de kransslagaders van het hart doch het biedt geen volledige zekerheid. Bij twijfel of indien er wel afwijkingen optreden zijn meestal andere onderzoeken noodzakelijk. 

Wanneer de patiënt bij een gering vermogen al opgeeft of indien vooraf bestaande afwijkingen op het elektrocardiogram in rust worden vastgesteld, is het onderzoek weinig informatief. Een normale test geeft overigens geen garantie dat de geteste persoon geen hartinfarct of ritmestoornissen kan ontwikkelen.

Bij gezonde personen is de test nagenoeg risicoloos, maar het onderzoek vindt meestal plaats bij mensen bij wie al een verdenking bestaat op vernauwde kransslagaders of ritmestoornissen en die dus een groep vormen met een flink verhoogd risico. In de omgeving van de testruimte zijn dan ook een defibrillator en reanimatieapparatuur aanwezig.