Cyclo-ergometrie of fietsproef

Een inspanningstest is een elektrocardiogram (ECG) dat wordt vervaardigd terwijl de patiënt lichamelijke inspanning verricht, met het doel om stoornissen van het hart op te sporen die door de inspanning worden uitgelokt of verergerd. Meestal gaat het om onvoldoende doorbloeding van de hartspier maar soms ook om ritmestoornissen op te sporen.

De inspanning wordt meestal geleverd op een ergometer, dit is een fiets (soort hometrainer) waarbij per tijdseenheid de weerstand stelselmatig wordt verhoogd.

De patiënt moet het bovenlichaam vrijmaken, plaats nemen op de fiets en krijgt zuignapjes (electroden) op de borst en op de ledematen geplakt. De bloeddruk wordt gemeten en de bloeddrukmanchet blijft om de arm zitten om de bloeddruk te kunnen volgen. De maximale te verrichten belasting wordt bepaald aan de hand van lengte, gewicht, geslacht en leeftijd. De patiënt wordt geïnstrueerd zo lang mogelijk door te blijven fietsen, maar wel meteen te zeggen als hij pijn op de borst krijgt of onwel wordt.

Aanvankelijk is de belasting gering, maar iedere één of twee minuten wordt deze automatisch door een computerprogramma met 25 watt opgevoerd. De patiënt gaat door tot de theoretische hartslag is bereikt, tot hij of zij pijn op de borst krijgt, tot de bloeddruk tot een onacceptabel hoge of lage waarde stijgt of daalt, tot het elektrocardiogram duidelijke afwijkingen vertoont, al dan niet met klachten hierbij van de patiënt, of tot de patiënt gewoon niet meer kan. Voor een gezonde jonge man kan de maximale belasting bijvoorbeeld rond de 250 watt liggen, voor een bejaarde dame op 50 watt.

Een test waarbij de patiënt tot zijn of haar verwachte maximum heeft gefietst zonder klachten en zonder veranderingen van het elektrocardiogram, is een argument tegen het bestaan van significante vernauwingen in de kransslagaders van het hart doch het biedt geen volledige zekerheid. Bij twijfel of indien er wel afwijkingen optreden zijn meestal andere onderzoeken noodzakelijk. 

Wanneer de patiënt bij een gering vermogen al opgeeft of indien vooraf bestaande afwijkingen op het elektrocardiogram in rust worden vastgesteld, is het onderzoek weinig informatief. Een normale test geeft overigens geen garantie dat de geteste persoon geen hartinfarct of ritmestoornissen kan ontwikkelen.

Bij gezonde personen is de test nagenoeg risicoloos, maar het onderzoek vindt meestal plaats bij mensen bij wie al een verdenking bestaat op vernauwde kransslagaders of ritmestoornissen en die dus een groep vormen met een flink verhoogd risico. In de omgeving van de testruimte zijn dan ook een defibrillator en reanimatieapparatuur aanwezig.