Leven met een defibrillator

Vlak na de implantatie vermijdt u best zware inspanningen. Zodra uw arts toestemming geeft kunt u uw dagelijkse bezigheden hernemen.

De eerste maand na de implantatie mag u geen extreme bewegingen met de arm aan de kant van de ICD doen. U mag de eerste maand (in sommige gevallen de eerste drie maanden) niet zelf met een auto rijden. Nadien mag u, als uw arts het toestaat, opnieuw autorijden (geen bus of vrachtwagen).

Bij opname in een ziekenhuis of bij een raadpleging bij een arts of tandarts meldt u steeds dat u een defibrillator hebt. Met een defibrillator is MRI (die zware elektromagnetische velden gebruikt) in sommige gevallen toegelaten wanneer het een modern systeem betreft. Oudere systemen kunnen echter niet tegen de EM-velden en mogen niet in de MRI (NMR of KST). Gewone scanners kunnen wel. De plaatsen die u als ICD-patient best kunt vermijden worden in de meeste ziekenhuizen duidelijk aangegeven.

Telefoneren met een GSM of draagbaar toestel is geen probleem. Best houdt u het toestel minstens 10 cm verwijderd van uw ICD.

Op luchthavens loopt u best niet door beveiligingspoorten of metaaldetectoren. Toon aan het personeel uw identificatiekaart.

Huishoudelijke apparatuur vormt geen enkele bedreiging voor uw ICD.