Pacemakers

Een pacemaker kan aangewezen zijn bij bepaalde vormen van abnormaal traag hartritme. De implantatie is een relatief kleine ingreep die praktisch steeds onder plaatselijke verdoving kan gebeuren. Een of meer draadjes (electroden) worden onder het sleutelbeen in een ader geschoven tot in de hartkamers, de pacemaker zelf wordt onder de huid geplaatst. Typische afmetingen van een moderne pacemaker zijn 5 x 5 x 0.6 cm.

Na de plaatsing van een pacemaker ben je 1 maand ongeschikt om een voertuig te besturen. Een eerste (ambulante) controle gebeurt na 4 à 6 weken, vervolgens om de 6 maanden.

Na een pacemakerplaatsing kan je in principe terug een normaal leven lijden. Sterke magnetische velden moeten vermeden worden. In de praktijk is het veilig om aan een normale snelheid door een metaaldetector (luchthaven) te stappen. Vermijd wel om uw GSM in de borstzak aan de zijde van de pacemaker te plaatsen. 

Een pacemaker heeft naast complexe elektronica ook een (niet-oplaadbare) batterij die minimum een 6 tal jaar (meestal langer) meegaat.